In de onderbouw op een andere manier aan de slag met verhaalbegrip op Nicolaasschool - De Clercq en van Doorn
3576
single,single-post,postid-3576,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-9.4.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2.1,vc_responsive

In de onderbouw op een andere manier aan de slag met verhaalbegrip op Nicolaasschool

In de onderbouw op een andere manier aan de slag met verhaalbegrip op Nicolaasschool

“In de onderbouw zijn we op een andere manier gaan werken aan verhaalbegrip. Het verschil is enorm. De leerkrachten hebben nu opeens dertig actieve kleuters voor hun neus!”

 

Dorien Mertens, ib’er Nicolaasschool IJsselstein

Dertig actieve kleuters voor je neus

Verhaaltjes vaker herhalen, lesdoelen expliciet benoemen, hardop denkend voordoen, inzetten van coöperatieve werkvormen: allemaal dingen waarmee je het verhaalbegrip bij kleuters vergroot. De onderbouwleerkrachten van de Nicolaassschool weten er inmiddels alles van.

 

“We werken al wat langer met Anne-Marie van Doorn. Zij heeft ons onder andere geholpen bij de invoering van een nieuwe methode voor technisch lezen en begrijpend lezen. Nadat de begrijpend leesmethode was ingevoerd, merkten we dat de onderbouw wat achterbleef. Logisch, want begrijpend leesonderwijs richt zich nu eenmaal minder op groep 1-3. In de onderbouw is daarom het traject ‘verhaalbegrip’ gestart. Verhaalbegrip is eigenlijk een voorloper van begrijpend lezen.

 

Verhaalbegrip in de onderbouw

In eerste instantie was er wel wat twijfel bij de onderbouwleerkrachten (‘We besteden al aandacht aan prentenboeken en we lezen al interactief voor’). Van Anne-Marie leren zij echter hoe ze op een andere, effectievere manier kunnen werken aan verhaalbegrip. Zo wordt een boekje nu drie keer voorgelezen, waarbij de leerkracht elke keer expliciet een ander leerdoel benoemt. De eerste keer kan dat doel bijvoorbeeld zijn: we gaan nu leren voorspellen hoe het verhaal verdergaat.

 

Toverwoord

Om de kleuters het verhaal goed te laten begrijpen, is modelen heel belangrijk. Ook is er bewuster aandacht voor woordenschat, vaak als voorbereiding op het lezen zelf. Na het lezen zetten de leerkrachten meestal een coöperatieve werkvorm in. Kinderen kunnen daardoor niet meer achterover leunen. Leerkrachten merken dat dat geweldig goed werkt. Ze hebben nu opeens dertig actieve kinderen voor hun neus. Daar word je als leerkracht natuurlijk ook enthousiast van. Ja, betrokkenheid is echt het toverwoord!

 

Collegiale consultatie

Deze nieuwe manier van werken betekent een enorme omslag. Voorheen werd er ‘gewoon’ boekjes voorgelezen in de kring. Nu is het lezen onderdeel van een echte les.

Inmiddels hebben de onderbouwleerkrachten een aantal bijeenkomsten gehad over dit onderwerp. Volgend jaar gaan we ermee verder. Dan gaat Anne-Marie klassenbezoeken afleggen en voeren we collegiale consultatie in. We verwachten echt van leerkrachten dat ze minimaal twee keer per jaar bij een collega in de klas gaan kijken, met een speciale Kijkwijzer. Op die manier willen we de nieuwe werkwijze goed borgen.”